Muziek

Celloles

Celloles

 

Het bespelen van een muziekinstrument. Voor de één een dagelijkse passie, voor de ander een toekomstdroom. Het bespelen van een instrument vereist concentratie, doorzettingsvermogen en vooral heel veel oefenen. Maar het belangrijkste element voor het bespelen van een muziekinstrument is toch wel plezier. En je hebt er helemaal geen speciaal talent voor nodig: iedereen kan leren muziek maken. Toch is het goed om als beginner een flink aantal lessen te nemen. Ga je bijvoorbeeld op celloles, dan moet je eerst weten wat een cello is, hoe je hem vast moet houden en hoe je er geluid uit krijgt.

De cello

De cello behoort tot de strijkinstrumenten. En de strijkinstrumenten behoren meteen ook tot een van de moeilijkst bespeelbare instrumenten! Je kunt de cello het beste vergelijken met een viool, maar dan in het groot. De viool, de cello en de contrabas kennen namelijk allemaal grofweg dezelfde vorm. Ze brengen echter een ander, dieper geluid voort, afhankelijk van hun grootte. De cello is dus een instrument dat lagere tonen voortbrengt dan een viool. Het instrument is van hout gemaakt en wordt bespeeld met een strijkstok. Omdat hij zo groot is wordt hij op de grond gezet en bij het spelen tussen de bovenarmen geklemd. Met de haren van de strijkstok wordt dan horizontaal over de snaren bewogen.

Strijken

De strijkstok van de cello is ook gemaakt van hout. Maar het gedeelte waarmee over de snaren wordt gestreken is van paardenhaar gemaakt. Dat wordt zodanig gespannen dat het contact met de snaren een geluid voortbrengt. Je kunt daarin variëren door met de strijkstok harder of zachter op de snaren te drukken. Het strijken met de stok is een heel precieze aangelegenheid. Als je namelijk te hard duwt kan er een vreselijk gekraak uit komen dat iedereen het huis uit jaagt! Gelukkig leer je in de eerste lessen vooral om rustig en met de juiste controle over de snaren te strijken. Bij een cello kan ook getokkeld worden met de vingers in plaats van het gebruik van de strijkstok. De cello wordt daarbij in dezelfde houding gehouden, maar met de vingers worden snaren beroerd als met een gitaar.

De vingers

En leren strijken is natuurlijk nog niet alles. Er zijn namelijk maar vier snaren die je kunt beroeren, dus als dat alles was, dan was je gauw uitgeleerd. Aan de bovenkant van de cello, die de toets of hals wordt genoemd, gebeurt ook een belangrijk deel van het werk. Daar druk je met de vingertoppen van je andere hand de snaren tegen de toets. Net als bij een gitaar ontstaat er daardoor elke keer een andere toon, doordat de snaar korter of langer wordt gemaakt. Vervolgens leer je steeds beter deze twee elementen, het strijken en het indrukken van de snaren, met elkaar te combineren. Op een gegeven moment kan je dit zo snel afwisselen dat je je eerste echte lied kan spelen! Veel plezier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *